Belasting uitkering Lijfrente

U heeft in het verleden de lijfrente premie(s) of koopsom in aftrek gebracht op uw persoonlijk inkomen. Dit heeft u destijds een belastingvoordeel opgeleverd. Uw lijfrente kapitaal valt in Box 1 en is daardoor ook volledig vrijgesteld van vermogensrendementsheffing in Box 3. Het saldo van uw lijfrente polis of geblokkeerde bankspaarrekening is gedurende de uitstelfase vrijgesteld van belastingbetaling.

Let goed op dat u de lijfrentepremies die u destijds heeft betaald ook volledig afgetrokken heeft. Is dat niet het geval neem dan contact op met uw huidige verzekeraar of bank. De nieuwe verzekeraar of bank waar u de lijfrente uitkeringen gaat aankopen zal dan bij u een saldoverklaring opvragen en vervolgens de saldomethode hanteren. Dat betekent in praktijk dat u pas belasting gaat betalen over de uitkeringen als de lijfrente uitkeringen in totaal hoger zijn dan het bedrag van de premies of stortingen die u niet hebt afgetrokken. Er geldt een maximumbedrag voor niet afgetrokken premies of stortingen.

Uw lijfrente afkopen

Omdat de wetgever u de mogelijkheid biedt om naast uw pensioen en AOW zelfstandig een aanvullende oudedagsvoorziening op te bouwen, is het niet toegestaan om de lijfrente in één keer uit te laten betalen. Dan wel in het geval van arbeidsongeschiktheid.

In alle andere gevallen is het niet toegestaan om uw lijfrente af te kopen. De wetgever heeft bepaald dat u met de opgebouwde waarde een tijdelijke of levenslange lijfrente moet gaan aankopen bij een verzekeraar of een bank.

Indien u toch wil afkopen dan vindt de afkoop plaats tegen het progressieve belastingheffing van maximaal 52% plus een fiscale boete (revisierente) van 20%. Bereken hier uw revisierente.

Er zijn drie uitzonderingen op deze regel:

  1. Lijfrente afkopen als u in het bezit bent van een lijfrente polis waarbij de premie of de koopsom vóór 1 januari 1992 (premiebetaling) is betaald en waarbij de premie nadien niet is verhoogd;
  2. Lijfrente afkopen in het geval van langdurige arbeidsongeschiktheid;
  3. Lijfrente afkopen als de waarde laag is.

Bedraagt de waarde van lijfrente minder dan € 4.402,-?

U betaalt geen revisierente bij afkoop van uw lijfrente als de uw lijfrente onder de regeling afkoop kleine lijfrenten valt. Dit is het geval als de waarde van uw lijfrente kleiner is dan € 4.404,- (2019).

Wanneer is de regeling afkoop kleine lijfrenten niet van toepassing?

Soms is de afkoopsom op uw jaaropgaaf lager dan het bedrag in de tabel, maar is de regeling afkoop kleine lijfrenten niet van toepassing. Het gaat om de volgende 3 situaties:

  • Bij uw verzekeraar, bank, beleggingsonderneming of beheerder van een beleggingsinstelling liepen op het moment van afkoop nog 1 of meer lijfrenten. Voor de beoordeling of de regeling afkoop kleine lijfrenten van toepassing is, moet u de waarde van die andere lijfrente(n) bij uw afkoopsom optellen. U telt alleen de andere lijfrenten mee waarvan de uitkeringen nog niet waren ingegaan.
  • Uw lijfrente was al ingegaan en u had al eerder een uitkering ontvangen van uw verzekeraar, bank, beleggingsonderneming of beheerder van een beleggingsinstelling.
  • Het bedrag op uw jaaropgaaf is lager dan het bedrag in de tabel, maar de afkoopsom zelf was meer dan dit bedrag. Dit komt omdat de verzekeraar, bank, beleggingsonderneming of beheerder van een beleggingsinstelling voor de loonheffing de afkoopsom heeft verminderd met de premies en stortingen die u niet hebt afgetrokken.

Belastingen 2019 - Box 1

In box 1 wordt het inkomen uit werk en woning belast. Hieronder vallen onder andere de periodieke uitkeringen van lijfrente of pensioen. Het tarief voor het belastbaar inkomen is een oplopend tarief met 4 schijven. In de eerste 2 schijven moet u ook premie volksverzekeringen betalen.

De verzekeraar of de bank die uw lijfrente uitkering verzorgt, is met betrekking tot het innen van de belasting op de lijfrente uitkering inhoudingsplichtig. Dit betekent dat zij belasting moet inhouden op uw bruto lijfrente uitkering. Deze belasting heet loonheffing. Bij het inhouden van de loonheffing op de bruto lijfrente uitkering wordt desgewenst rekening gehouden met de loonheffingskorting. In het jaar dat u de AOW leeftijd bereikt betaalt u een aangepast tarief.

Tip: in het geval dat u in een kalenderjaar te veel premies voor de volksverzekeringen hebt betaald, krijgt u in het volgend kalenderjaar terug wat u teveel hebt betaald.

Wanneer krijgt u AOW?

De AOW-leeftijd gaat in stappen omhoog naar 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting. Ook in 2024 is de AOW leeftijd 67 jaar en 3 maanden. Dit omdat de levensverwachting ongeveer gelijk is gebleven. U ontvangt uw eerste AOW pensioen vanaf de dag dat u uw AOW leeftijd bereikt. Bereken uw AOW leeftijd. Als u in het buitenland woonachtig bent hoeft er niet altijd loonheffing en een bijdrage voor de Zorgverzekeringswet te worden ingehouden. Of u een loonheffing of een bijdrage voor de Zorgverzekeringswet moet betalen is onder andere afhankelijk van het land waar u woont.

Wat houdt u netto over van uw bruto lijfrente uitkering?

Voordat de verzekeraar of de bank de netto lijfrente uitkering gaat overmaken is zij verplicht om een aantal inhoudingen te verrichten. Hierbij spelen de volgende factoren een rol:

  • Uw (AOW) leeftijd. Afhankelijk hiervan wordt bepaald op basis van welke tabellen er wordt ingehouden.
  • Loonheffingskorting; wilt u hier wel of niet gebruik van maken?
  • Bijdrage premie volksverzekeringen.

Voorbeeld van een bruto netto berekening:

Leeftijd: 65 jaar

Bruto uitkering: € 532,47
Loonheffingkorting toegepast? neen
Loonheffing: € 194,58
Bijdrage ZVW: € 30,35
Netto uitkering (indicatief): € 307,54

 Bereken hier direct de hoogte van uw bruto lijfrente uitkering of pensioen uitkering

Belastingschijven voor de inkomstenbelasting voor box 1 voor het jaar 2019

Tarieven box 1 (werk en woning) in 2019 AOW-leeftijd nog niet bereikt

Dit zijn de percentages als u de AOW-leeftijd nog niet hebt bereikt:

Belastingschijf Belastbaar inkomen uit werk en inkomen Tarief
1 t/m € 20.384 36,55 %
2 Vanaf € 20.384 t/m € 34.300 38,10 %
3 € 34.300 t/m € 68.507 38,10 %
4 Meer dan € 68.507 51,75 %

Tarieven box 1, schijf 1 en 2 als u in 2019 de AOW-leeftijd bereikt

U bereikt in 2019 de AOW-leeftijd in de maand Percentage schijf 1 (t/m € 20.384) Percentage schijf 2 (vanaf € 20.384 t/m € 34.300)
Januari 18,75% 20,20%
Februari 20,24% 21,69%
Maart 21,73% 23,18%
April 23,22% 24,68%
Mei 24,72% 26,17%
Juni 26,21% 27,66%
Juli 27,70% 29,15%
Augustus 29,19% 30,64%
September 30,68% 32,13%
Oktober 32,18% 33,63%
November 33,67% 35,12%
December 35,16% 36,61%

Tarieven box 1, schijf 3 en 4 als u in 2019 de AOW-leeftijd bereikt

Schijf Belastbaar inkomen Percentage
3 Vanaf € 34.301 t/m € 68.507 38,10%
4 Vanaf € 68.508 51,75 %

Bron: Belastingdienst

Vragen?

Wij staan u graag te woord. U kunt ons bereiken op werkdagen tussen 09.00 uur en 17.00 uur.

Meer informatie