Nabestaandenlijfrente

De uitkeringen uit deze lijfrente gaan in na overlijden van de belastingplichtige of het overlijden van diens (gewezen) partner. De duur van de uitkering is afhankelijk van het leven van degene die de uitkering ontvangt. Voor kinderen geldt dat een uitkering die ingaat voor het bereiken van de 30-jarige leeftijd uiterlijk bij het bereiken van de 30-jarige leeftijd eindigt. Een andere mogelijkheid is om te kiezen voor een levenslange uitkering.
Zie de onderstaande tabel voor de minimale uitkeringsduur afhankelijk van de relatie tot de overledene.

De nabestaandenlijfrente dient in principe direct na overlijden in te gaan. Uitzondering hierop is dat wanneer voor de begunstigde recht bestaat op een uitkering volgens de Algemene nabestaandenwet. De uitkeringen uit de nabestaandenlijfrente mogen worden uitgesteld tot de datum waarop geen recht meer bestaat op de uitkering uit de Algemene nabestaandenwet.
Aanvullend biedt de wetgever u een wettelijke bedenktijd van maximaal 2 jaar ná datum van overlijden om te beslissen bij wie en voor welke periode u de nabestaandenlijfrente gaat aankopen.

Overzicht van de richtlijnen van het uitstellen van een nabestaandenlijfrente

Uitstel van de aankoop van een nabestaandenlijfrente is alleen toegestaan als de gerechtigde van de nabestaandenlijfrente recht heeft op een Anw-uitkering.

Bij uitstel wordt de nabestaandenlijfrente uitgesteld tot het einde van het recht op de Anw-uitkering. Het maakt hierbij niet uit of er sprake is van een bancaire of verzekerde lijfrente.

Wie heeft recht op een Anw-uitkering:

  • Een nabestaande echtgenoot/partner die is geboren vóór 1 januari 1950. De Anw-uitkering eindigt op het tijdstip waarop de gerechtigde 65 jaar wordt;
  • Een nabestaande echtgenoot/partner die is geboren na 31 december 1949 en een kind verzorgt dat jonger is dan 18 jaar. De Anw-uitkering eindigt dan op het tijdstip waarop het jongste kind 18 jaar wordt;
  • De nabestaande is arbeidsongeschikt op en sinds de dag van het overlijden van de echtgenoot of partner;
  • Een kind dat door het overlijden halfwees is geworden
  • Een kind dat door het overlijden ouderloos is geworden, kan zelfstandig recht hebben op een Anw-uitkering. Deze uitkering eindigt, naar gelang de omstandigheden, op het tijdstip waarop het kind de leeftijd van 16, 18 of 21 jaar bereikt;
  • Een nabestaande echtgenoot/partner die is geboren vóór 1 januari 1950. De Anw-uitkering eindigt op het tijdstip waarop de gerechtigde 65 jaar wordt;

Voor het uitstellen van de nabestaandenlijfrente is goedgekeurd:

  • Een nabestaandenlijfrente of -lijfrentespaarrekening voor de echtgenoot/partner kan op grond van de polis ingaan op het tijdstip waarop het jongste kind 18 jaar wordt, in plaats van een eventueel eerder tijdstip waarop de Anw-uitkering eindigt (halfwezenuitkering).
  • Een nabestaandenlijfrente of -lijfrentespaarrekening voor nabestaande echtgenoten/partners die zijn geboren vóór 1950 en die tot de 65-jarige leeftijd Anw-gerechtigd zijn, kan op grond van de polis of overeenkomst ingaan op 65-jarige leeftijd, ondanks een mogelijk eerder einde van de Anw-uitkering.
  • Een nabestaandenlijfrente of -lijfrentespaarrekening voor een kind dat door het overlijden ouderloos wordt (volle wezenuitkering), kan op grond van de polis of overeenkomst ingaan op het tijdstip waarop het kind 21 jaar wordt, in plaats van een eventueel eerder tijdstip waarop de Anw-uitkering eindigt.

Aankoop nabestaandenlijfrente

Het kan zijn dat de nabestaandenlijfrente per persoon minder bedraagt dan € 4.351,00 (bedrag 2018). In dat geval kan, als de begunstigde geen andere uitgestelde of direct ingaande lijfrenten (niet oud regime) heeft lopen bij dezelfde verzekeraar, gebruik worden gemaakt van de afkoopregeling kleine lijfrentes. De begunstigden mogen dan hun nabestaandenlijfrente afkopen zonder dat revisierente in rekening wordt gebracht. Neem in dit geval contact op met uw huidige adviseur of met de verzekeraar waar de polis is ondergebracht.

Onderwerp Verzekeringen Bancaire oplossingen
Looptijd van het product Tijdelijk en levenslange duur is mogelijk; Alleen tijdelijk
Minimale uitkeringsduur Afhankelijk van de leeftijd / minimaal 2 jaar Minimale uitkeringsduur bedraagt 5 jaar
Bij faillissement aanbieder In principe geld kwijt Valt buiten het faillissement
Depositogarantiestelsel van toepassing Neen Ja (max. € 100.000,-)
Wat gebeurt er met mijn geld bij overlijden? Naar de begunstigde op de polis, anders sterftewinst maatschappij. Oplossing is door te kiezen voor een contraverzekering Uitkeringen gaan gewoon door en komen toe aan de erfgenamen
Levert een polis meer op dan een bancaire lijfrente? Vergelijk nu op 123lijfrente.nl!

Minimale uitkeringsduur

Schematisch overzicht van de minimale uitkeringsduur bij een nabestaandenlijfrente

Relatie tot de overledene Uitkering via banksparen Uitkering via verzekering
Kind, kleinkind, achterkleinkind Minimale uitkeringsduur bedraagt 5 jaar. Uiterlijk tot leeftijd 30 jaar. Of minimaal 20 jaar. Uiterlijk tot leeftijd 30 jaar. Of levenslang.
Partner, ex-partner. Minimale uitkeringsduur bedraagt 5 jaar. Keuze uit tijdelijk of levenslang. De minimale looptijd is afhankelijk van uw leeftijd bij aanvang.
Vader, moeder, opa, oma of overgrootvader, overgrootmoeder. Ouder dan 30 jaar Minimale uitkeringsduur bedraagt 20 jaar. Uitkeringsduur moet levenslang zijn.
Vader, moeder jonger dan 30 jaar. Minimale uitkeringsduur bedraagt 5 jaar. Uiterlijk tot leeftijd 30 jaar. Of minimaal 20 jaar. Uiterlijk tot leeftijd 30 jaar. Of levenslang.
Broer, zus jonger dan 30 jaar. Minimale uitkeringsduur bedraagt 5 jaar. Uiterlijk tot leeftijd 30 jaar. Of minimaal 20 jaar. Uiterlijk tot leeftijd 30 jaar. Of levenslang.
Broer, zus ouder dan 30 jaar. Minimale uitkeringsduur bedraagt 20 jaar. Uitkeringsduur moet levenslang zijn.
Oom, tante jonger dan 30 jaar. Minimale uitkeringsduur bedraagt 5 jaar. Uiterlijk tot leeftijd 30 jaar. Of minimaal 20 jaar. Uiterlijk tot leeftijd 30 jaar. Of levenslang.
Oom, tante ouder dan 30 jaar. Minimale uitkeringsduur bedraagt 20 jaar. Uitkeringsduur moet levenslang zijn.